|
|
Geschiedenis St. Aldegundis kerk van Maasbree:
- artikel geschreven door:
Nel Mulders -
Thijssen
- ontvangen
van: Huub Hermans - januari 2009
- bewerkt
oplijn voor de web: Andreas Driessen - februari 2009
-
-
- Parochiekerk van de H. Aldegundis te Maasbree.
-
- Ligging.
- Maasbree ligt aan de westkant van de Maas en is
duidelijk hoger gelegen dan de buurdorpen Baarlo en Blerick.
- De Dorpsstraat slingert zich in oost-west richting als
een lint door de kern. Ongeveer in het midden van deze
- doorgaande weg ligt de parochiekerk, toegewijd aan de
Heilige Aldegundis. Het schip van de kerk wijst naar
- het oosten, de toren ligt aan de westkant.
- Het huidige gebouw is vrij jong, omdat op het einde van
de Tweede Wereldoorlog het oude godshuis grotendeels
- verwoest is. De kerk vormt het middelpunt van het dorp
en van welke kant men Maasbree ook nadert,
- de aandacht wordt meteen getrokken door de ranke toren
met de hoge spits
-
- Patrones.
- De heilige Aldegundis is de patrones van de Maasbreese
parochiekerk.
- Zij was een adellijke dame, geboren rond 630 in Cousoire
(Noord-Frankrijk).
- Zij wilde kloosterlinge worden, doch haar ouders hadden
reeds een echtgenoot voor haar gevonden en stelden
- zelfs de datum voor het huwelijk vast. Aldegundis
vluchtte de wildernis in tot de rivier de Sambre het verder gaan
- onmogelijk maakte. Volgens de legende stelde zij zich
toen onder de bescherming van God, waarna twee engelen
- haar onder de arm namen en haar droogvoets naar de
andere oever brachten.
- Na overleg met de bisschoppen van Maastricht en
Kamerrijk, stichtte Aldegundis in Maubeuge in Frankrijk
- een klooster, dat onder de regel van de H.Benedictus
stond. In 661 werd ze daar tot abdis gewijd en is ze op
- 30 januari 684 gestorven. Zij wordt afgebeeld als abdis
met staf en boek, soms ook met een krab aan haar voeten.
- De krab verbeeldt kanker; zij werd vaak aangeroepen als
helpster bij kanker, omdat zij zelf (volgens de legende)
- aan deze ziekte gestorven zou zijn. Boven de zij-ingang
aan de zuidzijde staat een stenen beeld van haar.
- Het schepenzegel van het oude kerspel Bree bevat een
afbeelding van deze kerkpatrones.
-
- Geschiedenis.
- Het dorp Maasbree (Bree)
wordt voor de eerste keer genoemd in een akte uit het jaar 1240 waarbij
Diederik,
- Heer van Altena, vele
rechten schonk aan de monniken van het pas gestichte klooster St.
Elisabethsdal bij Nunhem.
- Ook in Bree had Diederik
bepaalde rechten die hij aan de kloosterlingen gaf, onder andere een derde
deel van de
- gehele tienden en het
recht om de pastoor van Bree voor te dragen. Uit deze oorkonde blijkt dus
duidelijk, dat Bree
- in 1240 bestond als
gemeenschap en dat er ook een kerk moet zijn geweest. [1]
- Hoe deze kerk er uit
gezien heeft, wanneer ze precies gebouwd is en hoeveel altaren er stonden,
weten we niet.
- In 1399 laat de
gemeenschap een klok gieten ‘Aldegundis’ genoemd.
- Deze heeft brand,
verwoesting en oorlogsgeweld overleefd en heeft nu een plaats in het kleine
torentje boven het
- middenschip. De twee
andere klokken genaamd ‘Maria’ en ‘Salvator Mundi’ zijn in 1751 op kosten
van de
- gemeente hergoten. Zij
zijn door de Duitse bezetter uit de toren gehaald en van hen resten ons
slechts foto’s. [2]
- Pas in 1533 duikt een
vermelding over de kerk op. Hertog Karel van Gelder geeft toestemming aan
schepenen en
- gezworenen van het
kerspel Bree om 25 bunder gemeentegrond te ontginnen en wel om met de
opbrengst daarvan
- de kerk te herstellen.
Waarom herstel nodig was, wordt niet vermeld.
[3]
- Dat wordt wel gedaan in
1633, toen Philips III van Spanje als hertog van Gelder toestemming gaf om
50 kleine
- morgen gemeentegrond te
verkopen. Men moest de kerk herstellen, die enkele jaren daarvoor ten
gevolge van
- blikseminslag was
afgebrand. [4] In 1663 en 1775 was het weer raak met het
hemelvuur en moest men eveneens
- tot herstel overgaan.
Volgens pastoor Linders (1863-1874) heeft men bij die laatste reparatie
verzuimd om de
- toren zijn hoge spits
terug te geven en werd toen een korte, stompe toren aangebracht. Deze stond
bekend als
- ‘de Britse stômp’.
Wonderlijk is wel dat bij de grote brand in 1786, die de gehele Dorpstraat
ten oosten van de
- kerk in de as legde en
die ongeveer tegenover de kerk begon, deze blijkbaar geen schade heeft
opgelopen. [5]
- In de jaren 1866-1872 werd de kerk vergroot door
verlenging van de zijbeuken en werden het hoogaltaar en de
- zijaltaren vernieuwd. Toen bleek, dat deze op 4 juli
1612 door Mgr. Jacobus, bisschop van Roermond, waren
- gewijd. In de oude altaren werden relikwieën van de
H.Clemens gevonden, die in de nieuwe werden teruggelegd.
- De restauratie stond onder leiding van architect Pierre
Cuijpers. [6]
- In 1919 besloot het kerkbestuur om wederom tot
vergroting over te gaan, weer in oostelijke richting en opnieuw
- volgens plannen van J. en P. Cuijpers. In het bestek
werd onder meer bepaald, dat de bestaande vensters van
- priesterkoor en zijbeuken, voor zover nodig, voorzichtig
zouden worden uitgebroken en bewaard, zodat ze
- herplaatst konden worden. Deze herplaatsing is
gerealiseerd en de kerk heeft nog altijd de oude glas-in-lood
- ramen uit 1872. Eind 1921 werd de vernieuwde kerk in
gebruik genomen. In opdracht van de Rijkscommissie
- voor de Monumentenzorg beschreef J.H.A.Mialaret in 1937
de kerk en we kunnen goed zien, dat het oostelijke
- deel in dezelfde staat gebleven is als beschreven in dit
werk. [7]
- Op zondag 19 november 1944 werd de kerktoren door de
Duitse bezetter opgeblazen.
- In zijn val beschadigde hij een gedeelte van het
middenschip. In 1949 werd een herstelplan gemaakt, waarbij
- voorlopig wegens geldgebrek de toren werd uitgesloten.
Deze werd later ontworpen door architect Kaijser uit
- Venlo. Gezien de hoge, slanke vorm is de ‘Britse stômp’
niet meer terug gekomen. [8]
-
- Het exterieur.
- Zoals reeds gezegd is het huidige gebouw vrij jong. Het
koorgedeelte stamt uit de twintiger jaren van de vorige
- eeuw en is in de oorlog voor verwoesting gespaard, omdat
de toren bij het verwoesten als het ware in elkaar zakte.
- De rest van de kerk evenals de toren zijn in de
vijftiger jaren herbouwd op de fundamenten van het oude gebouw.
- De kerk is gebouwd in neogotische stijl en maakt een
ranke indruk. De zijbeuken sluiten met hun lessenaardaken
- kort onder de daklijst tegen de middenbeuk aan; de
steunberen zijn lessenaarvormig gedekt. Aan de noordzijde is
- de doopkapel uitgebouwd, die tegenwoordig echter niet
meer als zodanig gebruikt wordt. De ingemetselde steen
- aan de oostzijde is door de toenmalige pastoor Bloemen
gelegd en vermeldt als datum 1 October 1920.
- Aan de zuidzijde is een plaquette ingemetseld met het
jaartal 1535 en aan de noordzijde bevindt zich een restant
- van een grafsteen met het opschrift: ‘peter boeten,
Gertrut sy husfrou’.
- Aan de oostzijde bevinden zich vijf prachtige
gebrandschilderde glas-in-lood ramen, terwijl de voorste zijbeuken
- eveneens gebrandschilderde ramen bevatten. De andere
vensters zijn voorzien van eenvoudiger glas.
- De toren (van architect Kayser) is rank en spits; er
hangen vijf nieuwe luidklokken in, vervaardigd door de firma
- Eijsbouts te Asten. Op het middenschip is een klein
kloktorentje aangebracht, waarin het oude Aldegundisklokje
- (1399) een plaats heeft gekregen.
-
- Het interieur.
- Wanneer men de kerk binnenkomt valt meteen de ruimte,
het licht en de rust op. Het gevoel van ruimte wordt
- verkregen door de ranke pilaren, die ontdaan zijn van
ieder overbodig ornament. Door de hoge vensters valt
- veel licht, dat speels en kleurrijk wordt door de
gebrandschilderde ramen in koor en voorste zijbeuken.
- Wanneer men de kerk betreedt door de hoofdingang ziet
men twee heiligenbeelden, namelijk dat van Antonius
- met het kindje Jezus en een uit hout gesneden Madonna,
die vervaardigd is door de plaatselijke kunstenaar Jeu
- Hendrickx. Het kerkbestuur heeft er voor gekozen om geen
enkel beeld uit de kerk te verwijderen uit piëteit
- voor de schenkers ervan. Vanwege hun weldoordachte
opstelling storen ze echter geenszins en straalt de kerk
- een weldadige rust uit. De blik van de bezoeker wordt
meteen getrokken naar het hoogaltaar, waarboven drie
- grote glas-in-loodramen het leven van Jezus uitbeelden.
Het raam in de noordelijke zijbeuk bevat een afbeelding
- van Maria en in het raam van de zuidelijke zijbeuk
prijkt St.Aldegundis.Van haar staat ook nog een beeld tegen
- de zuidwand. In het middenschip hangt een groot
kruisbeeld met crucifix van rond 1500.
[9]
- De twee biechtstoelen aan de noordzijde, sinds het
Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) niet meer nodig
- voor de functie waarvoor ze geplaatst werden, zijn
herschapen tot vitrines waarin de kerkschatten staan uitgestald.
- Hierin bevindt zich onder meer een zeer oud houten beeld
van Aldegundis, aangetast door de tand des tijds.
- De preekstoel aan de epistelzijde stamt uit 1828,
terwijl in 1853 de vier evangelisten erop werden aangebracht.
[10]
- De doopkapel is ingericht achter in de noordelijke
zijbeuk. Hier bevindt zich een eenvoudige hardstenen
- doopvont uit de veertiende eeuw. Ze werd deerlijk
gehavend uit de puinhopen van de verwoeste kerk gehaald en
- is zo goed mogelijk hersteld. Een aardig detail is, dat
in de doopkapel een zo genaamd rustaltaar geplaatst is,
- dat in de jaarlijkse Sacramentsprocessie stond opgesteld
bij het inmiddels verdwenen St.Rochuskapelletje aan
- de Sevenumseweg. Het is keurig gerestaureerd en verwijst
naar de tijd van het ‘Rijke Roomse Leven’,
- die nu voor goed voorbij is.
-
- [1] RA Limburg, Archieven van
het klooster St.Elisabethsdal te Nunhem, inv. nr. 90.
- [2] GHS Maasbree, Archieven
van de gemeente Maasbree 1545-1939 (1958), inv. nr. 355.
- [3] RA Gelderland, Hertogelijk
Archief, Lib. Deel XIII, folio 115 en 116. (1533 februari 18).
- [4] Verslagen ’s Rijks Oude
Archieven, 1899, pag. 707.
- [5] GHS Maasbree, Archief van
de parochie van de H. Aldegundis 1850-1968, inv. nr. 360 A.
- [6] Idem.
- [7] H.A. Mialaret, De
Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Deel V, De
Provincie Limburg, 1937, pag. 113-118.
- [8] H.G.M.Vannniselroy,
Restauratie Parochiekerk van Maasbree, in: Op den Baum 1 juli 1983.
- [9] Zie 7.
- [10] Zie 5.
|