8

november.net

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

>>>>>>> www.8november.net / Bronnen / Bree kerk geschiedenis

 

 

Geschiedenis St. Aldegundis kerk van Maasbree:
artikel geschreven door: Nel Mulders - Thijssen
ontvangen van: Huub Hermans - januari 2009
bewerkt oplijn voor de web: Andreas Driessen - februari 2009
 
 
Parochiekerk van de H. Aldegundis te Maasbree.
 
Ligging.
Maasbree ligt aan de westkant van de Maas en is duidelijk hoger gelegen dan de buurdorpen Baarlo en Blerick.
De Dorpsstraat slingert zich in oost-west richting als een lint door de kern. Ongeveer in het midden van deze
doorgaande weg ligt de parochiekerk, toegewijd aan de Heilige Aldegundis. Het schip van de kerk wijst naar
het oosten, de toren ligt aan de westkant.
Het huidige gebouw is vrij jong, omdat op het einde van de Tweede Wereldoorlog het oude godshuis grotendeels
verwoest is. De kerk vormt het middelpunt van het dorp en van welke kant men Maasbree ook nadert,
de aandacht wordt meteen getrokken door de ranke toren met de hoge spits
 
Patrones.
De heilige Aldegundis is de patrones van de Maasbreese parochiekerk.
Zij was een adellijke dame, geboren rond 630 in Cousoire (Noord-Frankrijk).
Zij wilde kloosterlinge worden, doch haar ouders hadden reeds een echtgenoot voor haar gevonden en stelden
zelfs de datum voor het huwelijk vast. Aldegundis vluchtte de wildernis in tot de rivier de Sambre het verder gaan
onmogelijk maakte. Volgens de legende stelde zij zich toen onder de bescherming van God, waarna twee engelen
haar onder de arm namen en haar droogvoets naar de andere oever brachten.
Na overleg met de bisschoppen van Maastricht en Kamerrijk, stichtte Aldegundis in Maubeuge in Frankrijk
een klooster, dat onder de regel van de H.Benedictus stond. In 661 werd ze daar tot abdis gewijd en is ze op
30 januari 684 gestorven. Zij wordt afgebeeld als abdis met staf en boek, soms ook met een krab aan haar voeten.
De krab verbeeldt kanker; zij werd vaak aangeroepen als helpster bij kanker, omdat zij zelf (volgens de legende)
aan deze ziekte gestorven zou zijn. Boven de zij-ingang aan de zuidzijde staat een stenen beeld van haar.
Het schepenzegel van het oude kerspel Bree bevat een afbeelding van deze kerkpatrones.
 
Geschiedenis.
Het dorp Maasbree (Bree) wordt voor de eerste keer genoemd in een akte uit het jaar 1240 waarbij Diederik,
Heer van Altena, vele rechten schonk aan de monniken van het pas gestichte klooster St. Elisa­bethsdal bij Nunhem.
Ook in Bree had Diederik bepaalde rechten die hij aan de kloosterlingen gaf, onder andere een derde deel van de
gehele tienden en het recht om de pastoor van Bree voor te dragen. Uit deze oorkonde blijkt dus duidelijk, dat Bree
in 1240 bestond als gemeenschap en dat er ook een kerk moet zijn geweest. [1]
Hoe deze kerk er uit gezien heeft, wanneer ze precies gebouwd is en hoeveel altaren er stonden, weten we niet.
In 1399 laat de gemeenschap een klok gieten ‘Aldegundis’ genoemd.
Deze heeft brand, verwoesting en oorlogsgeweld overleefd en heeft nu een plaats in het kleine torentje boven het
middenschip. De twee andere klokken genaamd ‘Maria’ en ‘Salvator Mundi’ zijn in 1751 op kosten van de
gemeente hergoten. Zij zijn door de Duitse bezetter uit de toren gehaald en van hen resten ons slechts foto’s. [2]
Pas in 1533 duikt een vermelding over de kerk op. Hertog Karel van Gelder geeft toestemming aan schepenen en
gezworenen van het kerspel Bree om 25 bunder gemeentegrond te ontginnen en wel om met de opbrengst daarvan
de kerk te herstellen. Waarom herstel nodig was, wordt niet vermeld. [3]
Dat wordt wel gedaan in 1633, toen Philips III van Spanje als hertog van Gelder toestemming gaf om 50 kleine
morgen gemeentegrond te verkopen. Men moest de kerk herstellen, die enkele jaren daarvoor ten gevolge van
blikseminslag was afgebrand. [4]  In 1663 en 1775 was het weer raak met het hemelvuur en moest men eveneens
tot herstel overgaan. Volgens pastoor Linders (1863-1874) heeft men bij die laatste reparatie verzuimd om de
toren zijn hoge spits terug te geven en werd toen een korte, stompe toren aangebracht. Deze stond bekend als
‘de Britse stômp’. Wonderlijk is wel dat bij de grote brand in 1786, die de gehele Dorpstraat ten oosten van de
kerk in de as legde en die ongeveer tegenover de kerk begon, deze blijkbaar geen schade heeft opgelopen. [5]
In de jaren 1866-1872 werd de kerk vergroot door verlenging van de zijbeuken en werden het hoogaltaar en de
zijaltaren vernieuwd. Toen bleek, dat deze op 4 juli 1612 door Mgr. Jacobus, bisschop van Roermond, waren
gewijd. In de oude altaren werden relikwieën van de H.Clemens gevonden, die in de nieuwe werden teruggelegd.
De restauratie stond onder leiding van architect Pierre Cuijpers. [6]
In 1919 besloot het kerkbestuur om wederom tot vergroting over te gaan, weer in oostelijke richting en opnieuw
volgens plannen van J. en P. Cuijpers. In het bestek werd onder meer bepaald, dat de bestaande vensters van
priesterkoor en zijbeuken, voor zover nodig, voorzichtig zouden worden uitgebroken en bewaard, zodat ze
herplaatst konden worden. Deze herplaatsing is gerealiseerd en de kerk heeft nog altijd de oude glas-in-lood
ramen uit 1872.  Eind 1921 werd de vernieuwde kerk in gebruik genomen. In opdracht van de Rijkscommissie
voor de Monumentenzorg beschreef J.H.A.Mialaret in 1937 de kerk en we kunnen goed zien, dat het oostelijke
deel in dezelfde staat gebleven is als beschreven in dit werk. [7]
Op zondag 19 november 1944 werd de kerktoren door de Duitse bezetter opgeblazen.
In zijn val beschadigde hij een gedeelte van het middenschip. In 1949 werd een herstelplan gemaakt, waarbij
voorlopig wegens geldgebrek de toren werd uitgesloten. Deze werd later ontworpen door architect Kaijser uit
Venlo. Gezien de hoge, slanke vorm is de ‘Britse stômp’ niet meer terug gekomen. [8]
 
Het exterieur.
Zoals reeds gezegd is het huidige gebouw vrij jong. Het koorgedeelte stamt uit de twintiger jaren van de vorige
eeuw en is in de oorlog voor verwoesting gespaard, omdat de toren bij het verwoesten als het ware in elkaar zakte.
De rest van de kerk evenals de toren zijn in de vijftiger jaren herbouwd op de fundamenten van het oude gebouw.
De kerk is gebouwd in neogotische stijl en maakt een ranke indruk. De zijbeuken sluiten met hun lessenaardaken
kort onder de daklijst tegen de middenbeuk aan; de steunberen zijn lessenaarvormig gedekt. Aan de noordzijde is
de doopkapel uitgebouwd, die tegenwoordig echter niet meer als zodanig gebruikt wordt. De ingemetselde steen
aan de oostzijde is door de toenmalige pastoor Bloemen gelegd en vermeldt als datum 1 October 1920.
Aan de zuidzijde is een plaquette ingemetseld met het jaartal 1535 en aan de noordzijde bevindt zich een restant
van een grafsteen met het opschrift: ‘peter boeten, Gertrut sy husfrou’.
Aan de oostzijde bevinden zich vijf prachtige gebrandschilderde glas-in-lood ramen, terwijl de voorste zijbeuken
eveneens gebrandschilderde ramen bevatten. De andere vensters zijn voorzien van eenvoudiger glas.
De toren (van architect Kayser) is rank en spits; er hangen vijf nieuwe luidklokken in, vervaardigd door de firma
Eijsbouts te Asten. Op het middenschip is een klein kloktorentje aangebracht, waarin het oude Aldegundisklokje
(1399) een plaats heeft gekregen.
 
Het interieur.
Wanneer men de kerk binnenkomt valt meteen de ruimte, het licht en de rust op. Het gevoel van ruimte wordt
verkregen door de ranke pilaren, die ontdaan zijn van ieder overbodig ornament. Door de hoge vensters valt
veel licht, dat speels en kleurrijk wordt door de gebrandschilderde ramen in koor en voorste zijbeuken.
Wanneer men de kerk betreedt door de hoofdingang ziet men twee heiligenbeelden, namelijk dat van Antonius
met het kindje Jezus en een uit hout gesneden Madonna, die vervaardigd is door de plaatselijke kunstenaar Jeu
Hendrickx. Het kerkbestuur heeft er voor gekozen om geen enkel beeld uit de kerk te verwijderen uit piëteit
voor de schenkers ervan. Vanwege hun weldoordachte opstelling storen ze echter geenszins en straalt de kerk
een weldadige rust uit. De blik van de bezoeker wordt meteen getrokken naar het hoogaltaar, waarboven drie
grote glas-in-loodramen het leven van Jezus uitbeelden. Het raam in de noordelijke zijbeuk bevat een afbeelding
van Maria en in het raam van de zuidelijke zijbeuk prijkt St.Aldegundis.Van haar staat ook nog een beeld tegen
de zuidwand. In het middenschip hangt een groot kruisbeeld met crucifix van rond 1500. [9]
De twee biechtstoelen aan de noordzijde, sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) niet meer nodig
voor de functie waarvoor ze geplaatst werden, zijn herschapen tot vitrines waarin de kerkschatten staan uitgestald.
Hierin bevindt zich onder meer een zeer oud houten beeld van Aldegundis, aangetast door de tand des tijds.
De preekstoel aan de epistelzijde stamt uit 1828, terwijl in 1853 de vier evangelisten erop werden aangebracht. [10]
De doopkapel is ingericht achter in de noordelijke zijbeuk. Hier bevindt zich een eenvoudige hardstenen
doopvont uit de veertiende eeuw. Ze werd deerlijk gehavend uit de puinhopen van de verwoeste kerk gehaald en
is zo goed mogelijk hersteld. Een aardig detail is, dat in de doopkapel een zo genaamd rustaltaar geplaatst is,
dat in de jaarlijkse Sacramentsprocessie stond opgesteld bij het inmiddels verdwenen St.Rochuskapelletje aan
de Sevenumseweg. Het is keurig gerestaureerd en verwijst naar de tijd van het ‘Rijke Roomse Leven’,
die nu voor goed voorbij is.
 
[1] RA Limburg, Archieven van het klooster St.Elisabethsdal te Nunhem, inv. nr. 90.
[2] GHS Maasbree, Archieven van de gemeente Maasbree 1545-1939 (1958), inv. nr. 355.
[3] RA Gelderland, Hertogelijk Archief, Lib. Deel XIII, folio 115 en 116. (1533 februari 18).
[4] Verslagen ’s Rijks Oude Archieven, 1899, pag. 707.
[5] GHS Maasbree, Archief van de parochie van de H. Aldegundis 1850-1968, inv. nr. 360 A.
[6] Idem.
[7] H.A. Mialaret, De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Deel V, De Provincie Limburg, 1937, pag. 113-118.
[8] H.G.M.Vannniselroy, Restauratie Parochiekerk van Maasbree, in: Op den Baum 1 juli 1983.
[9] Zie 7.
[10] Zie 5.

 

 

contact:

  info@8november.net    - © (2006) 2009-2011    -     8november.net